Gwuup

Als Gwuup een mens was, dan zou hij mijn zoon zijn geweest, ook al was hij veel ouder dan ik. Maar zoals dat met de meeste mannen gaat, ze worden nooit helemaal volwassen, dus Gwuup ook niet. Eeuwig kind, immer aan de moederborst.
Als Gwuup een mensenman was, dan zou hij de bravoure van een flinke macho hebben gehad; veel machtsvertoon, maar te timide om iets te ondernemen. Voor de vorm jagen achter vogels, totdat de immense grootte van een huismus tot hem doordrong en hij quasi nonchalant zijn pootje begon af te likken. Want wat moet je eigenlijk met zo'n dooie mus? Een hoop veren, maar weinig vlees.
Nee, de meeuwen op de gracht in Alkmaar waar hij in zijn jonge jaren doorbracht, dat waren pas trofeeën! Hoe vaak heeft hij niet achter het raam geschreeuwd, geschreeuwd ja, dat het stikte van de meeuwen op de gracht en dat het raam open moest! Open dat raam, nu! Voor ons een reden om het raam dicht te houden, omdat het niet de eerste keer was dat hij kwijlend uit het raam viel, plat op zijn bek. Want de meeste katten komen terecht op hun pootjes, Gwuup niet. Gwuup had geen idee van zijn omgeving, die paste zich immers altijd aan hem aan. Alles draaide om Gwuup. Dat was nou eenmaal zo, daar kon hij ook niks aan doen, dat kwam door zijn natuurlijk overwicht. Toch verbaasde het hem evengoed dat hij door datzelfde gewicht loodrecht naar beneden op straat kon vallen.
Gwuup was trouwens niet van de straat. Een karthuizer is immers geen straatkat. Hij kwam wel van de straat, daar heeft ie nooit geheimzinnig over gedaan, maar de mores van de straat heeft hij zich nooit eigen kunnen maken. Hij was te lief, te zacht. Katten die almaar vechten en ruzie maken, daar hield hij niet van.
Wat Gwuup niet zo goed begreep was dat zijn torso dermate imponerend was, dat ook lieve katten voor hem wegvluchtten. Veel kattenvriendjes heeft hij daarom niet gehad, op een zwarte poes na. Daar heeft hij iets mee gehad, zij het kortstondig. Ergens wou hij zich toch niet binden, dus die poes heeft het toen uitgemaakt. Zo moet het gegaan zijn. Tja, vrouwen... Maar die bloedmooie siamees die weleens liefdevol aan kwam waaien, die moest ie ook niet. Wat een nerveus ding was dat! Gek werd ie er van.
Tja, hoe bracht Gwuup onder de mensen nou zijn leven door? Nou, hij had geen baan, dat was weleens moeilijk te verkroppen. Dat lag daar maar, dat hing daar maar, als iemand 'loungen' heeft uitgevonden, dan is Gwuup het. Mijn vader heeft er weleens serieus werk van gemaakt Gwuup in beweging te krijgen, want tenslotte maakte hij wel deel uit van ons huishouden. Dat betekende niet continu commentaar leveren op het eten, maar ook zelf eens iets klaarspelen.
Maar Gwuup zei altijd dat het weliswaar zijn karma was om bij de mensen te zijn, maar niet om mens te worden. Mensen die Gwuup kennen weten dat dit geen kletspraat is. De waarde van Gwuup lag inderdaad in zijn mensvriendelijkheid. Hij was dan wel een uitvreter, maar de liefde die hij gaf, dat zie ik een mens hem niet nadoen. Het enige dat je als mens er tegenover moest zetten was verse vis of kip, maar dan kreeg je ook wel wat terug. Dan had je een echte spinnende vrijdoos die jou de leukste en liefste van de hele wereld vond. Iets wat je als mens van tijd tot tijd toch graag wilt horen.
Gwuup hield dus wel van de mensen, hij was erg sociaal en graag aan het woord. Enorm causeur. Soms ook wel wat babbelziek, maar als je afentoe 'uhuh' terugzei, voelde hij zich begrepen. Dat was genoeg, alleen leek hem dat ook wel aan te sporen verder uit te weiden, voor de duidelijkheid. Dan kwam er geen eind aan, altijd wou hij het laatste woord hebben! In huize Colauto geen vreemde eigenschap.
Zijn verhalen veranderden wel wat door de jaren heen. Toen hij nog wereldreizen maakte over de daken in Alkmaar, moesten wij daar langdurig naar luisteren. Maar toen hij op gezegende leeftijd bij mij in Utrecht ging wonen, waren zijn verhalen over de straat en tuinen ronduit kort: seen it, had it, been here before... En ach, die tjilpende vogeltjes, peanuts vergeleken bij de meeuwen in Alkmaar...
Wat wel een nieuwe ervaring voor Gwuup was, waren de bomen en honden, vooral de combinatie ervan. Een keer vluchtte hij voor een enorme hond in een enorme hoge boom waar hij niet meer uit wilde komen, zodat ik hem er met een ladder uit moest halen. Dat was niet alleen ongekend, maar vooral gênant... En evengoed een babbels!
De tweede keer heb ik de ladder thuisgelaten en hem met peptalk omlaag weten te praten. Beetje tegengesputter, of ik wel gezien had hoe hoog die boom was?! “Ja, ik zie het! Maar je kán het Gwuup!” Toen gooide hij eindelijk zijn kont naar achter, sloeg zijn armpjes strak om de boom heen en is zo al mopperend naar beneden gestiefeld.
Gwuup had natuurlijk ook best wel streken. Toen M. en ik gingen samenwonen, was het geen geheim dat beide mannen in competitie zaten. Niet om mij hoor, laat dat duidelijk zijn. Maar om de regels, hè, en het terrein. (Wiens huis is dit nou?!) Dus toen heeft Gwupie afentoe op M's schoenen geplast. Tja, zul je denken, waarom nou op schoenen? Nou, allereerst omdat M. nogal zuinig is op zijn schoenen, veel poetsen enzo, en natuurlijk dat Gwuup rook dat die schoenen van M. waren. Want op mijn schoenen heeft hij nooit geplast.
Verder was Gwupie echt hartstikke lief. De laatste tijd, toen hij het juist met zijn pensioen zo voor elkaar had in dit fijne huis en het vele groen buiten, leek hij wat in te kakken. Hij was natuurlijk inmiddels al behoorlijk op leeftijd en niet meer zo lenig als voorheen, maar hij was nog steeds verleidelijk knap. Pas het laatste jaar maakte het mooie wollige ronde lijf plaatst voor een karakteristieke, gedistingeerde schonkigheid.
Hij zat graag voor het raam, lag graag op zijn stoel, maakte eens een ommetje buiten, ter inspectie of alles nog wel precies zo gebleven was zoals hij het achter gelaten had, maar dat was het wel. Hij liep niet meer met me mee de straat uit om boodschappen te doen, hij stormde niet meer naar de voordeur als hij onze huissleutels hoorde, en wat erger was, hij babbelde niet meer. Alleen de hoognodige woorden.

Het begon met zijn gebitje, dat kauwde niet lekker meer. We zijn wat keren naar de dokter geweest om dat boeltje te laten renoveren, maar de dokter ontdekte ook nog andere kwaaltjes. Gelukkig waren daar ook medicijnen voor, dus geen paniek! Zolang Gwuup nog loopt, springt, vrijt, eet en spint is er niks aan de hand. Toch realiseerden M. en ik nu pas dat zijn leventje ook niet eeuwig is. En dat het wel erg droef zou zijn als hij er echt niet meer is. Dat stemt tot overpeinzingen. Hij was immers overal aanwezig, op schoot, op bed, voor de tv, tot in onze computers aan toe. M. grapte dat zijn wachtwoorden uit Gwuup's naam bestonden, een tic die ik met hem deel. Zo leer je elkaars geheimen nog eens kennen.
Gwuup's allerlaatste kwaal kwam plotseling en was venijnig; zijn stembanden raakten verlamd wat het ademen bemoeilijkte. Een vreemde kwaal voor een kat. De dokter heeft dit nog nooit in haar praktijk gehad, er leek ook geen remedie tegen. En ook liefde en aandacht - toch een paardenmiddel - kon deze kwaal niet verhelpen.
Wat vreselijk om zo'n mooie, lieve, zachte vrijdoos gaandeweg in moeilijkheden te zien. Iedere dag is er een, maar op een dag was het toch op. Ons Gwuup is niet meer.
Dag lieve Gwuup.
Gwuup
Tropische ziekte
Maestro Jochem Uytdehaage
Haute couture