Haute couture

Sommige mensen mogen dan steeds meer uitdijen, ik lijk met de dag meer te krimpen zodat zelfs de kleinste vrouwenmaat mij nog te groot is. Vroeger had ik maatje 36, maar deze maat is met de uitdijende vrouwen meegegroeid. Wat nu maat 36 is, was vroeger maat 38. Het is een complot van de confectie, bereid om de vrouw in alles haar zin te geven.
Ik heb nu maatje 34 en dat betekent dat ik veelvuldig op de kinderafdeling te vinden ben, want de vrouwenafdeling begint met 36. Die mooie sexy jurkjes, die prachtige laag uitgesnede truitjes, die bonte bloemenrokken op de vrouwenafdeling zijn voor grote vrouwen. Maar ik wil vanzelf ook weleens wat leuks aan, dus ik kreeg het plan zelf mijn garderobe te maken, ik zou eigenhandig die niemendalletjes wel eens even in elkaar flansen, die blousjes met zwierige ruches en heuprokjes uit één stuk. Want als ik dan toch aan het naaien zou gaan slaan, dan maar gelijk opzienbarend.
Mijn eerdere ervaringen met naaimachines en aanverwante zaken waren niet hoopgevend. Ik had weliswaar ooit op een oude naaimachine van mijn oma gordijnen in elkaar gezet, maar al spoedig geraakte ik door de eigenzinnigheid van de stof, de eigenwijze naald en het friemelige draad in een lichte overspannen toestand, zodat mijn bloeddruk onverantwoord de hoogte in schoot. Nooit, nooit zou ik meer achter de naaimachine kruipen! Bij gordijnen is het dan ook gebleven.
Maar zeg nooit nooit. Dit keer wou ik het professioneel aanpakken, ik zou een echte naaicursus volgen, mijn fabuleuze kledingcollectie mocht niet de dupe worden van mijn ongeschooldheid en ongeduld.
En zo is het gekomen, ik zit alweer een aantal maanden op naaicursus. De lessen worden gehouden in een winkel vol indrukwekkende naai-, borduur- en lockemachines. Eén dag per week tracht juf Geertje een groep vrouwen de beginselen van het naaien bij te brengen.
Geertje is, hoe zal ik het zeggen, een ‘speciaaltje’. Door haar overrompelende kennis van de naaikunde rest de leerling maar één mogelijkheid: totale onderwerping aan haar inzichten. Haar meest gebezigde en gevreesde woord is ‘uithalen’. Ook al heb je nog zo hard gezwoegd en het kledingstuk reeds in elkaar gezet, als een naad niet goed loopt, moet je van haar alles weer uithalen. Een beetje cursus duurt dan ook acht jaar.
Omdat ik net om de hoek kom kijken, ben ik temidden van al die vrouwen die al acht jaar de strenge doch rechtvaardige hulp van juf Geertje ondergaan, een groentje. Juf Geertje heeft mij de eerste keren even argwanend aan laten modderen, maar nu moet ik steeds naast haar zitten, zodat ze ieder moment kan ingrijpen als ik de hals dreig dicht te stikken of panden verkeerd om rijg.
Als troost voor haar hardvochtigheid zet juf Geertje altijd wat lekkers voor ons neer, omdat ze meent dat een vol figuur een betere pasvorm heeft. Zo kom ik toch nog aan maatje 36.
Het is overigens zeer uiteenlopend vrouwvolk dat naar onze naaicursus komt. Er zijn veel vrouwen uit Indonesië, de Molukken of voormalig Nederlandsch Indië, zodat het deels ook een kookcursus is. Iedere week wordt uitgebreid uit de doeken gedaan wat er afgelopen week gegeten is, wat komende week gegeten gaat worden en hoe de aller-individueelste bereidingswijze in elkaar steekt. Als toetje volgen nog wat anekdotes uit Tempo Doeloe, zodat de weemoed ons tempo nog meer doet vertragen. Onze jasjes, broeken en rokken komen maar niet af.
Zo is er ook een studentmeisje dat voor het debutantenbal van haar corps een baljurk maakt. Daartoe had zij doffe zwarte zijde bemachtigd dat geenszins plooibaar is en daarom als rok loodrecht omlaag valt. Mocht zij onvoorzien haar benen vergeten, dan blijft zij door de rok toch overeind staan.
Toen haar sombere moloch eindelijk klaar was en het studentmeisje het aantrok om het aan ons te showen, slaakten wij kreten van opluchting, van op-ieder-dekseltje-past-een-kopje kreten, terwijl de rok haar weinig flatteerde. Maar hij was wel áf, wat je van onze probeersels niet kon zeggen.
Zij komt er wel, bedacht ik me. Zo moet het dus. Sommige mensen kunnen dat. Ze hebben een doel - rok - en maken dat gewoon, ongeacht of de rok mooi of flatteus is. Ik daarentegen zit al weken aan een jurk te priegelen omdat het niet naar mijn wens is, de stof niet mooi valt, saai is, scheef genaaid.
Wij kunnen ons overigens allemaal optrekken aan de vrouw die ons iedere week weer versteld doet staan met de mooiste creaties in de mooiste stoffen. Zij houdt de moed er in. Want hóe doet ze het? Hoe máákt ze het? En wát doet ze hier nog op deze naaicursus?
Iedere week brengt ze ons weer op de hoogte van een speciale machine dat iets speciaals met de stof kan doen, ze heeft werkelijk alle machines die op naaigebied te krijgen zijn. En het is duur spul, hoor. “Van mijn man gekregen”, zegt ze dan. Nou, zo'n man hebben wij niet. Wij krijgen nooit wat. En ja, zo’n man willen wij ook wel.
Toen zij voor moederdag wederom van haar man iets gekregen had wat wij wederom niet gekregen hadden en wat wij eigenlijk ook wel hadden willen krijgen, besloten we maar afgunstig dat haar man vast iets goed te maken had. Want zoveel van een man krijgen, dat trekken wij niet. Nee, dan kun je maar beter nooit wat van je man krijgen, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Dan kun je het maar beter zelf kopen. Of zelf maken. Iemand nog koffie?
En zo zit ik dan in les 10, de laatste les van dit seizoen en heb ik nog steeds geen enkele jurk waarmee ik mijn entree kan maken op een bal, waarmee ik alle mannen het hoofd op hol breng, waarmee alles gezegd is. En droom ik weer verder, over die ene jurk, de moeder aller jurken waarvan ik zelf inmiddels ook niet precies weet hoe die eruit moet zien, een wolk van tule, van glimmende zijde, of zacht fluweel?
En voor het komende feest doe ik maar weer dat ene rokje van het confectiehuis aan, dertien in een dozijn. Maar ik troost me met de gedachte dat ik het destijds wél in Milaan heb gekocht...
Gwuup
Tropische ziekte
Maestro Jochem Uytdehaage
Haute couture